Komende cantate

180px-Johann_Sebastian_Bach.jpg

zondag  8 september  19.30 uur:

BWV 138   Warum betrübst du dich, mein Herz

Het duurt nog even, maar in september openen we ons nieuwe seizoen met alweer zo’n intens emotionele cantate, vol spanningen tussen diepe droefheid en liefdevolle troost. De tekst komt uit de zg. Bergrede van Christus. In het deel daarvan dat voor deze zondag centraal staat, worden de gelovigen bemoedigd: maak je geen zorgen over de problemen van alledag; als je de gerechtigheid zoekt van de hemelse Vader, dan zal daarenboven in al je dagelijkse behoeften worden voorzien. We zien weer hoe Bach daar heel onmiddellijk bij aanknoopt, met een smartelijke instrumentale opening van de strijkers waardoorheen je ineens de koraalmelodie hoort van de oboe d’amore. En dan volgt een wonderlijke dialoog tussen de verschillende solostemmen en het koor. Beginnend bij de tenor, die het centrale thema (in vragende vorm) verwoordt; waarop het koor telkens reageert met een regel van het koraal. Gevolgd door de verdrietige alt vol van zorgen uitmondend in een wanhopig "Ach, was ik maar dood"; met van het koor de aanmoediging om in alles op God te blijven vertrouwen. Ook de bas ziet het in zijn uitgebreide recitatief helemaal niet meer zitten: in plaats van vreugdevolle wijn wordt hem een beker vol tranen geschonken; met opnieuw een troostvolle reactie van het koor. Waarna de sopraan zich bij hen voegt: want God zorgt voor het vee, en de vogels hebben genoeg te eten, maar waar moet ik mijn redding vinden? waarop het koor reageert: God zorgt ook voor jou! Nog eenmaal roept de alt: Ik voel me zo verlaten, wie helpt mij in al deze narigheid? maar het koor houdt vol: God staat je bij in alle nood.

Na dit wonderlijk verscheurde begin slaat de stemming om. De tenor zingt: Als God mij niet verlaat, dan durf ik het aan. Met onmiddellijk daarop aansluitend een lange en blijmoedige aria van de bas, met strijkersbegeleiding: Ik vertrouw op God! In een kort recitatief sluit de alt zich daarbij aan: Weg zorgen, nu kan ik leven als in de hemel!

Samen eindigen we de cantate met het slotkoraal. Dat zal deze keer enige oefening vergen. Het staat in de minder gebruikelijke 6/8 maat, en wordt bovendien afgewisseld met vrolijke maar ook uiterst virtuoze tussenspelen van het orkest.